ECLI:NL:GHSHE:2018:1085

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 maart 2018
Publicatiedatum
13 maart 2018
Zaaknummer
200.106.498_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
7 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling deskundigenonderzoek over onjuiste invulling en verzwijging bij verzekeringsaanvraag

In deze civiele zaak in hoger beroep tussen appellant en Generali Schadeverzekering Maatschappij N.V. staat de vraag centraal of appellant bij de aanvraag van een verzekering onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt. Het hof heeft in een eerder tussenarrest bepaald dat een deskundige moet worden benoemd om te beoordelen of een redelijk handelend verzekeraar de aanvraag, zoals ingevuld door appellant, zonder meer zou hebben afgewezen of nader onderzoek zou hebben verricht.

Appellant stelde voor om de vraag aan te vullen met een expliciete vermelding van medisch onderzoek, maar het hof achtte dit overbodig omdat de vraag reeds de reikwijdte van nader onderzoek omvat. Partijen kwamen overeen dat slechts één deskundige benoemd zou worden, wiens kosten door Generali worden voorgeschoten omdat zij het verweer voert dat de verzekeringsovereenkomst niet zou zijn gesloten indien juiste informatie was verstrekt.

De benoemde deskundige, een medisch adviseur zonder banden met partijen, zal gemotiveerd antwoord geven op de door het hof geformuleerde vragen. Het hof heeft een gedetailleerde procedure vastgesteld voor het deskundigenonderzoek, inclusief termijnen voor rapportage, mogelijkheid tot opmerkingen door partijen en voorschotten op de kosten. De zaak wordt aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht, waarna verdere beslissingen zullen volgen.

Uitkomst: Het hof beveelt een deskundigenonderzoek en houdt verdere beslissing aan in afwachting van het deskundigenrapport.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht
zaaknummer 200.106.498/01
arrest van 13 maart 2018
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. H.Th.A. Nijkamp te Uden,
tegen
Generali Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. G.C. Endedijk te Amsterdam,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 juli 2017 in het hoger beroep van het door de rechtbank ’s-Hertogenbosch (thans: rechtbank Oost-Brabant), sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch, tussen appellant - [appellant] - als verzoeker sub 1 en geïntimeerde -Generali- als verzoeker sub 2 gewezen vonnis van 10 februari 2012. Het hof zal de nummering van voormeld tussenarrest voortzetten.

19.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • het tussenarrest van 4 juli 2017;
  • de akte na tussenarrest d.d. 24 oktober 2017 van [appellant] ;
  • de akte uitlating deskundige van Generali.
Nadat partijen hebben gefourneerd, is bepaald dat arrest wordt gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

20.De beoordeling

20.1
Het hof heeft in het tussenarrest van 4 juli 2017 de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating zijdens beide partijen waarin zij zich kunnen uitlaten over aantal, deskundigheid en, bij voorkeur eensluidend, over de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Het hof heeft in het tussenarrest voorgesteld om de te benoemen deskundige de vraag te laten beantwoorden of een redelijk handelend verzekeraar, indien hij in september 2009 een aanvraag als de onderhavige van [appellant] zou hebben ontvangen, die zou zijn ingevuld conform productie 6 bij inleidend verzoekschrift en de antwoorden zoals vermeld in de bij akte d.d. 4 oktober 2016 door [appellant] overgelegde productie, de aanvraag zonder meer zou hebben afgewezen, dan wel nader onderzoek zou hebben gedaan en, indien nader onderzoek zou zijn gedaan, waaruit dit nader onderzoek dan zou hebben bestaan.
20.2
[appellant] heeft voorgesteld om aan de vraag toe te voegen of, indien er nader onderzoek zou zijn gedaan, dit onderzoek (ook) zou hebben bestaan uit het inwinnen van medische informatie over [appellant] . Die toevoeging dient geen doel, omdat in de door het hof geformuleerde vraag al de vraag is gesteld waaruit het nader onderzoek zou hebben bestaan indien nader onderzoek zou zijn gedaan. Het hof neemt het voorstel van [appellant] dan ook niet over omdat het overbodig is.
Voor het overige hebben partijen geen andere vragen voorgesteld die aan de deskundige zouden kunnen worden voorgelegd. Het hof zal dus de deskundige de vraag voorleggen die hiervoor in rov. 20.1 is vermeld.
20.3
Partijen hebben niet aangevoerd dat meer dan één deskundige moet worden benoemd, zodat het hof één deskundige zal benoemen. De kosten daarvan moeten worden voorgeschoten door Generali, als de partij die het bevrijdende verweer heeft gevoerd dat zij de overeenkomst, kort gezegd, niet zou hebben gesloten als [appellant] de aanvullende vragen had beantwoord zoals hij dat in deze procedure heeft gedaan.
20.4
Het hof heeft een deskundige gezocht en gevonden die geen banden heeft met of zakelijke diensten heeft verleend aan één der partijen.
20.5
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

21.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht en benoemt in deze tot deskundige:
de heer H. Thissen
[medisch adviseur]
[adres]
[postcode] [kantoorplaats]
Tel.: [telefoonnummer]
Fax: [faxnummer]
verzoekt de deskundige om gemotiveerd de volgende vragen te beantwoorden:
a. zou een redelijk handelend verzekeraar, indien hij in september 2009 een aanvraag als de onderhavige van [appellant] zou hebben ontvangen, die zou zijn ingevuld conform productie 6 bij inleidend verzoekschrift en de antwoorden zoals vermeld in de bij akte d.d. 4 oktober 2016 door [appellant] overgelegde productie, de aanvraag:
zonder meer hebben afgewezen, of;
nader onderzoek hebben gedaan;
b. indien nader onderzoek (zie (ii) zou zijn gedaan, waaruit zou dit nader onderzoek dan hebben bestaan?
c. heeft u verder nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor de onderhavige zaak?
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;
bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;
bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek –
en ten aanzien van de conceptrapportage– partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;
verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op
drie maandennadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door deze deskundige begrote bedrag van € 2.740,65 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak
bij brief aan de griffier van dit hofmet afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij)tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;
bepaalt dat Generali genoemd voorschot van € 2.740,65 zal overmaken binnen veertien (14) dagen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
verzoekt de deskundige, indien de kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
benoemt mr. Frakes tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
verwijst de zaak naar de rol van 9 oktober 2018 in afwachting van het deskundigenbericht;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, D.A.E.M. Hulskes en L.S. Frakes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 maart 2018.
griffier rolraadsheer