Uitspraak
5.Het vervolg van de procedure
6.De beoordeling
[gerechtsdeurwaarder] , als gerechtsdeurwaarder gevestigd in de gemeente [gemeente] en kantoorhoudende in die gemeente aan de [weg] te [kantoorplaats]”.
[gerechtsdeurwaarder] , als gerechtsdeurwaarder gevestigd in de gemeente [gemeente] en kantoorhoudende in die gemeente aan de [weg] te [kantoorplaats] ”op verzoek van [derde 1] en [derde 2] en in tegenwoordigheid van acht in het proces-verbaal genoemde getuigen onder andere de genoemde paarden in gerechtelijke bewaring gegeven aan [de vennootschap 2]
[de vennootschap 1] t.a.v. mevrouw [gerechtsdeurwaarder]” heeft mr. Schelstraete namens [geïntimeerde] onder meer bericht dat de paarden eigendom zijn van [geïntimeerde] en dat het beslag jegens [geïntimeerde] onrechtmatig is omdat het zijn eigendomsrechten aantast. Mr Schelstraete schrijft voorts: “
Namens cliënt verzoek en sommeer ik u qq om betreffende beslag nog vandaag op te heffen”.
Verklaring aan de Voorzieningenrechter” overgelegd, waarin zij aangeeft dat [geïntimeerde] niet ontvankelijk moet worden verklaard jegens de besloten vennootschap [appellante] , omdat kort gezegd alleen de gerechtsdeurwaarder als natuurlijk persoon het ambt uitvoert, en ook als enige daarop kan worden aangesproken. Zij heeft geen materieel verweer gevoerd.
[appellante] is tegen het vonnis opgekomen met zeven grieven. Daarnaast heeft zij tijdens het pleidooi een stelling betrokken, die door haarzelf werd aangemerkt als verduidelijking van dan wel aanvulling op haar eerder geformuleerde grieven, maar welke door [geïntimeerde] werd geduid als een nieuwe grief, waartegen [geïntimeerde] bezwaar heeft gemaakt. Het hof laat deze kwestie thans in het midden.