ECLI:NL:GHSHE:2018:1471
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bewindvoerders tot machtiging omzetting vermogen in fonds voor gemene rekening
De bewindvoerders van de rechthebbende hebben bij het hof beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter die geen machtiging verleende voor de omzetting van een deel van het vermogen van de rechthebbende in participaties in een fonds voor gemene rekening. De rechthebbende is verstandelijk beperkt en staat onder bewind. De bewindvoerders stelden dat het in het belang van de rechthebbende was om deel te blijven uitmaken van het fonds, mede vanwege fiscale voordelen en het recht op toeslagen.
Het hof overwoog dat het beheer van het vermogen tijdens het bewind toekomt aan de bewindvoerder, die voor bepaalde handelingen toestemming van de kantonrechter moet verkrijgen. Het omzetten van het vermogen in participaties in het fonds is een daad van beschikken die niet als gewoon beheer kan worden aangemerkt, zodat machtiging vereist is. Het fonds brengt een onverdeeld vermogen mee waarin de participanten hun vermogens vermengen, wat ongewenste risico’s oplevert en niet verenigbaar is met het bewind.
Daarnaast leidt het fonds ertoe dat het vermogen van de rechthebbende grotendeels aan het toezicht van de kantonrechter wordt onttrokken. De beheerder van het fonds, de broer van de rechthebbende, beheert het fonds zonder direct toezicht van de kantonrechter, en besluiten kunnen niet aan rechterlijk toezicht worden onderworpen. Het hof oordeelde dat deze situatie niet in het belang van de rechthebbende is en wees het verzoek tot machtiging af.
Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank Limburg van 19 mei 2017 en wees het verzoek van de bewindvoerders af om alsnog machtiging te verlenen voor de omzetting van het vermogen in participaties in het fonds voor gemene rekening.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de bewindvoerders af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg.