Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
De Inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekening 24 juni 2015 een naheffingsaanslag BPM opgelegd van € 1.576 (aanslagnummer [aanslagnummer] ), alsmede bij beschikking een verzuimboete van € 157, en bij beschikking belastingrente in rekening gebracht van € 30.
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Overwegingen vooraf
- de Inspecteur niet aan zijn bewijslast heeft voldaan;
- artikel 8, lid 8, Uitvoeringsregeling BPM onverbindend dient te worden verklaard, meer in het bijzonder dat de Staatssecretaris buiten zijn bevoegdheid is getreden door het stellen van een ‘plaats’ alwaar het voertuig getoond moet worden, dan wel dat het genoemde artikel 8, lid 8, in strijd is met artikel 28 VWEU Pro en/of artikel 110 VWEU Pro;
- het niet verschijnen te Soesterberg niet leidt tot een verzwaring van de bewijslast van belanghebbende;
- de oproeping om de auto in Soesterberg te tonen in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;
- de hertaxatie door Domeinen niet als deskundig, objectief en rechtmatig aan te merken is.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent de vernietiging van de verzuimboete, het griffierecht en de proceskosten;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 444;
- vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 501 vergoedt; en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 1.586,40.