ECLI:NL:GHSHE:2018:1551
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.F.A.M. Graafland - Verhaegen
- C.D.M. Lamers
- L.Th.L.G. Pellis
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie met afbouwregeling na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest van 2010 tot hun echtscheiding op 21 december 2017. De man kwam in hoger beroep tegen de rechtbankbeschikking waarin hij partneralimentatie aan de vrouw moest betalen van €1.300 per maand. De man betoogde dat de vrouw niet behoeftig is, dat de alimentatie beperkt of nihil gesteld moet worden en dat een afbouwregeling moet gelden.
De vrouw stelde zich op het standpunt dat zij door medische redenen, waaronder depressie en stress, niet meer dan 20 uur per week kan werken en dat zij niet in staat is haar eigen levensonderhoud volledig te voorzien. Zij ontkende dat zij tijdens het huwelijk 40 uur werkte en gaf aan dat zij minder werkte op verzoek van de man.
Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw €2.230 netto per maand bedraagt en dat zij met haar huidige werk en verdiencapaciteit een aanvullende behoefte heeft. Het hof wees de grieven van de man af die stelden dat de alimentatie beperkt of nihil gesteld moest worden. Wel achtte het hof een afbouwregeling redelijk, gezien de korte duur van het huwelijk en het ontbreken van kinderen uit het huwelijk.
De alimentatie wordt vastgesteld op €1.300 per maand vanaf 21 december 2017 en vanaf 12 april 2019 stapsgewijs afgebouwd naar €1.100, vervolgens €800 en vanaf 12 april 2021 €635 per maand. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof beslist opnieuw met deze regeling.
Uitkomst: Het hof stelt partneralimentatie vast op €1.300 per maand met een gefaseerde afbouwregeling over drie jaar tot €635 per maand.