Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 5 december 2017;
- het pleidooi op 5 april 2018 waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
(…) In aanmerking nemende:
(…) volgens orderbevestiging (…) [orderbevestiging]’:
1e termijn’ € 119.000,-- (€ 100.000,-- excl. btw);
2e termijn’ € 136.850,-- (€ 115.000,-- excl. btw);
3e termijn’ € 148.750,-- (€ 125.000,-- excl. btw);
4e termijn’ € 148.750,-- (€ 125.000,-- excl. btw);
5e termijn’ € 148.750,-- (€ 125.000,-- excl. btw);
6e termijn’ € 148.750,-- (€ 125.000,-- excl. btw);
7e termijn’ € 101.745,-- (€ 85.500,-- excl. btw);
8e termijn’ € 66.045,-- (€ 55.500,-- excl. btw);
afrekening (…) [orderbevestiging]’ € 32.105,-- (€ 26.979,-- excl. btw).
[appellante] is al een hele tijd in gebreke en/of verzuim. Dit heeft ons destijds genoodzaakt om alle activiteiten betreffende het project op hold te zetten. De heer [aandeelhouder van appellante 1] van [appellante] heeft ons medegedeeld dat het geld voor verder ontwikkeling en verbeteringen aan de machine op was, en dat hij naar een oplossing zou gaan zoeken. Hij is er dan ook van op de hoogte dat er geen verdere ontwikkelingen aan de machine plaatsvinden. Deze situatie duurt nu al ruim 2 jaar.”
Planning (...) machine klaar 16 oktober voor FAT’, ‘
Planning vanaf nu 16 nov geheel gereed voor FAT’ en schrijft ‘
Ik denk dat we aan (…) moeten laten weten dat het niet acceptabel is dat we zonder lazer[hof: bedoeld is
laser]
naar de beurs gaan’ laten geen afgesproken fatale termijnen zien, wel een inspanning van partijen om [container ontlaadsysteem] zover mogelijk “af” te hebben voor demonstratie tijdens de [beurs] .
op hold’ (rov. 6.2.8) heeft gezet toen [appellante] achterbleef met het betalen van de openstaande facturen. [geïntimeerde] heeft aldus haar verplichtingen onder de overeenkomsten van juli 2009 opgeschort en zij mocht dat gelet op de betalingsachterstand bij [appellante] ook doen. Dat [geïntimeerde] dat niet eerder uitdrukkelijk aan [appellante] zou hebben gecommuniceerd, hetgeen [geïntimeerde] overigens betwist, betekent niet dat zij de buitengerechtelijke ontbinding door [appellante] niet meer zou kunnen bestrijden met het verweer dat zij de nakoming van haar verplichtingen heeft opgeschort.
dat [geïntimeerde] dient te gebruiken bij de aanpassing van de machine voor[de vennootschap 3] ’ (cva/cve 71). Daarbij komt dat de e-mail van [aandeelhouder van appellante 2] van diezelfde dag (prod. 121 cva in reconventie) anders dan [geïntimeerde] stelt niet een stellig voorschrijven door [appellante] van een stapelpatroon inhoudt. [aandeelhouder van appellante 2] schrijft immers: “
Hier een foto van een container met cacaoboter. Ze stapelen dus 6 kort en 1 lang. Mijn voorstel is 2 kort en 4 lang.Als het zojuist voorgestelde stapelpatroon past[onderstreping hof
], dan kan [de vennootschap 3] 10% meer dozen in de container verpakken. (…)Dus als dat lukt[onderstreping hof
], zou het prima zijn.”
mijn excuses dat ik je voor dit project heb voorzien van onjuiste informatie waardoor jullie op het allerlaatste moment er achter kwamen dat het verwerken van de dozen, die al een paar maanden bij jullie staan niet mogelijk was. Het zal echt nooit meer gebeuren van mijn kant, dat beloof ik bij deze.” Volgens [geïntimeerde] heeft [appellante] daarmee haar fout zonder voorbehoud toegegeven.
voorgestelden dan nog onder het voorbehoud ‘
dat het past’. Óf het paste was aan [geïntimeerde] om na te gaan.
Wanneer betaling niet heeft plaatsgevonden binnen de overeengekomen betalingstermijn is opdrachtgever aan opdrachtnemer alle buitengerechtelijke kosten verschuldigd met een minimum van € 75,--.