Uitspraak
[de rechtspersoon naar buitenlands recht],
6.Het verdere geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 9 januari 2018,
- de akte van [de vennootschap] met producties,
- de antwoordakte van [de rechtspersoon naar buitenlands recht] .
7.De verdere beoordeling
- [de vennootschap] is toegelaten te bewijzen dat de handtekening en/of stempel op de door haar overgelegde productie 5 bij dagvaarding in eerste aanleg afkomstig is/zijn van [de rechtspersoon naar buitenlands recht] , en
- de zaak naar de rol is verwezen voor akte uitlating in welke vorm [de vennootschap] dat bewijs wenst te leveren.
Het hof gaat er dan ook vanuit dat [de rechtspersoon naar buitenlands recht] het verzochte materiaal inmiddels al beschikbaar heeft gesteld dan wel kort , doch in ieder geval binnen vier weken, na dit arrest alsnog beschikbaar zal stellen aan [de vennootschap] . Of het NFOB voor haar onderzoek de medewerking van mevrouw [medewerkster van de vennootschap] uiteindelijk nodig zal hebben, is vooralsnog onduidelijk. De aan het NFOB verbonden forensisch deskundige ing. [forensisch deskundige] schrijft in de brief van 5 februari 2018 immers dat pas na onderzoek van het nog aan te leveren vergelijkingsmateriaal