Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- appellanten, bijgestaan door mr. Joosten. Voor appellanten is de mevrouw B. Hitchcock opgetreden als tolk in de Poolse taal (tolknummer 4711);
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] , mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 3] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 15 januari 2018;
- de stukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 13 april 2018;
- het V6-formulier met bijlage van de advocaat van appellanten d.d. 30 april 2018;
- het V8-formulier met bijlagen van de advocaat van appellanten d.d. 2 mei 2018.
3.De beoordeling
- [minderjarige 3] (hierna te noemen: [minderjarige 3] ), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] (Polen);
- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] (Polen).
De kinderen mogen van de vader niet spreken over wat in het gezin heeft plaatsgevonden. Om traumabehandeling alsnog te kunnen inzetten wordt zorgvuldig gezocht naar mogelijkheden om de kinderen toch te kunnen laten praten met de behandelaars, bijvoorbeeld door geen inhoudelijke terugkoppeling naar de GI te laten plaatsvinden.