ECLI:NL:GHSHE:2018:2291
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over pauliana bij executoriale veiling van schip
In deze civiele zaak stond centraal de executoriale veiling van een schip dat door de zoon van appellant was gekocht en later aan appellant werd verkocht. De bank, schuldeiser van de zoon, stelde zich op het standpunt dat de verkoop aan appellant onrechtmatig was en beriep zich op de pauliana om de koopovereenkomst te vernietigen.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, waarna appellant in hoger beroep ging met het verzoek het vonnis te vernietigen en de bank te veroordelen tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Het hof oordeelde dat het niet nodig was te beslissen over het eigendom van het schip op het moment van beslaglegging, omdat het beroep van de bank op pauliana slaagde als de koopovereenkomst tussen zoon en vader werd vernietigd.
Het hof stelde vast dat de verkoop van het schip aan appellant plaatsvond terwijl de vennootschappen van de zoon failliet waren en de bank zich op de borgtocht beriep. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat de koopprijs daadwerkelijk beschikbaar was gekomen voor verhaal door schuldeisers. Het hof concludeerde dat de koopovereenkomst was verricht met de wetenschap dat de bank in haar verhaalsmogelijkheden werd benadeeld, zodat vernietiging op grond van pauliana gerechtvaardigd was.
Daarmee werden de grieven van appellant verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van appellant af, waarbij het beroep van de bank op pauliana wordt gehonoreerd.