Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
snelweg A2.
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
’s-Gravenhage. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande villa nabij de snelweg A2. De gemeente stelde de WOZ-waarde voor 2016 vast op €348.000, na bezwaar verlaagd naar €325.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde dat de heffingsambtenaar gebonden is aan een eerdere vaststellingsovereenkomst uit 2002 die de waarde voor 2001-2004 regelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof overweegt dat de overeenkomst alleen betrekking heeft op de jaren 2001-2004 en niet bindend is voor latere jaren. De WOZ-waarde moet worden bepaald volgens de Wet WOZ, op basis van de waarde in het economische verkeer per waardepeildatum.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waardematrix en referentieobjecten, waarbij rekening is gehouden met de negatieve invloed van de ligging nabij de snelweg. Het hof acht deze onderbouwing voldoende en wijst het beroep af. Ook de door belanghebbende aangevoerde waardedrukkende omstandigheden zijn volgens het hof reeds verdisconteerd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €325.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.