Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 19 december 2017 waarbij het hof een comparitie van partijen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 24 april 2018.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde vergoeding van onrechtmatige geldopnames door appellante, haar stiefmoeder, van haar bankrekening. Appellante beheerde de rekening en gebruikte de bankpas voor pinbetalingen en geldopnames. Geïntimeerde stelt dat een deel van deze opnames ten onrechte voor privédoeleinden van appellante zijn gebruikt.
De rechtbank heeft appellante reeds veroordeeld tot terugbetaling van het volledige bedrag van €39.943,74, vermeerderd met rente en incassokosten. Appellante voert in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder dat sprake zou zijn van zaakwaarneming, verjaring en onjuiste bewijslastverdeling.
Het hof oordeelt dat geen sprake is van zaakwaarneming maar van een beheerrelatie en verwerpt het verjaringsverweer omdat geïntimeerde pas in 2013 kennis kreeg van de onttrekkingen. Het hof staat appellante toe bewijs te leveren dat de geldopnames aan geïntimeerde zijn afgedragen en dat contante betalingen ter aflossing zijn gedaan. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en een comparitie voor minnelijke regeling wordt gelast.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan tot na getuigenverhoor en comparitie.