Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een eenmanszaak, heeft in de periode 2012-2015 bij zijn omzetbelastingaangiften fictieve bedragen aan voorbelasting in aftrek gebracht, zonder dat hij omzet had behaald of omzetbelasting was gefactureerd door andere ondernemers. Hierdoor werd een naheffingsaanslag, belastingrente en een boete opgelegd.
Belanghebbende stelde dat hij recht had op een teruggave van inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1999 en een omzetbelastingteruggave, en dat hij daarom de fictieve bedragen had opgevoerd. Het hof oordeelde dat onduidelijk is of deze teruggave is uitbetaald of verrekend, maar dat dit geen recht geeft op aftrek van fictieve voorbelasting.
De rechtbank had de naheffingsaanslag en boete terecht opgelegd omdat belanghebbende willens en wetens onjuiste aangiften heeft gedaan met het oogmerk een teruggave te verkrijgen. Het hof bevestigde dit oordeel en wees het hoger beroep af. Ook een matiging van de boete werd niet gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en boete wegens het indienen van onjuiste aangiften met fictieve voorbelastingbedragen.