Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een eenmanszaak zonder omzet in de jaren 2010 tot en met het eerste kwartaal van 2015, bracht fictieve bedragen als voorbelasting in aftrek zonder onderliggende inkoopfacturen. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op met een vergrijpboete van 50%, gematigd tot €5.000.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende geen recht had op aftrek van voorbelasting omdat geen omzetbelasting aan hem in rekening was gebracht door ondernemers. Ook is verrekening van te ontvangen belastingbedragen van verschillende belastingsoorten niet toegestaan. Belanghebbende kon geen wettelijke grondslag voor deze verrekening aandragen.
De rechtbank bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en acht de vergrijpboete passend en geboden vanwege het (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag met vergrijpboete van €5.000 wordt bevestigd.