Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Eerdere oogsten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskosten;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep tegen de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente ongegrond;
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond wat betreft de navorderingsaanslag IB/PVV en de daarbij gegeven boetebeschikking en beschikking heffingsrente;
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur die betrekking hebben op de navorderingsaanslag IB/PVV en de daarbij gegeven boetebeschikking en beschikking heffingsrente;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.945;
- vermindert de daarbij gegeven beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de daarbij gegeven boetebeschikking tot een bedrag van € 2.711;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 124 vergoedt en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 1.002.