Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 30 april 2018;
- het faxbericht met bijlagen van de GI d.d. 15 mei 2018.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen. De rechtbank had de machtiging verlengd tot 28 juni 2018. De moeder betwistte deze verlenging en stelde dat de oorspronkelijke gronden voor uithuisplaatsing niet meer aanwezig waren, mede omdat zij en de vader niet meer samenwonen en zij voldoende opvoedcapaciteiten zou hebben.
Het hof overweegt dat de machtiging tot uithuisplaatsing voortijdig is beëindigd per 4 april 2018 en de kinderen inmiddels bij de vader verblijven. Desondanks beoordeelt het hof of de verlenging op goede gronden is verleend. Uit de stukken blijkt dat de thuissituatie destijds onveilig en instabiel was, met een langdurige probleemsituatie bij de moeder die onvoldoende openheid gaf over haar behandeltraject.
De moeder heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar persoonlijke problematiek en pedagogische mogelijkheden, mede doordat zij de uitkomsten van onderzoeken door GGz Breburg niet wilde delen. Het hof concludeert dat nog steeds voldaan is aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en bekrachtigt de bestreden beschikking. Het hof wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen tot 28 juni 2018.