Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 27 mei 2014 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- de memorie van grieven met producties,
- de memorie van antwoord,
- de nadere akte van 18 november 2014,
- de antwoordakte van 16 december 2014,
- de akte van 1 november 2016,
- de antwoordakte tevens akte overlegging producties van 29 november 2016.
6.De beoordeling
- het alsnog toewijzen van haar vordering van € 16.404,22,
- veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen Dexia ter voldoening aan het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft voldaan (€ 600,--), te vermeerderen met wettelijke rente,
- met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief de nakosten.
- dat hij eerder een effectenleaseovereenkomst bij Dexia had gesloten,
- dat de inleg voor die overeenkomst was betaald met door [geïntimeerde] van zijn ouders geleend geld,
- dat dat geld was bestemd voor de verbouwing van het huis van [geïntimeerde] , en
- dat die eerdere overeenkomst bij beëindiging winst opleverde.
Becker- Dexiaen ECLI:NL:HR:2016:2015,
Dexia /Oerlemans) voor de beoordeling van onderhavig geschil. In haar akte van 1 november 2016 stelt Dexia dat [geïntimeerde] zich voor het eerst in de conclusie van antwoord van 13 juni 2012 op het standpunt heeft gesteld dat Dexia schadeplichtig zou zijn in verband met de rol van de tussenpersoon en in verband met schending van artikel 41 NR Pro 99. Het beroep op schending van artikel 41 NR Pro 99 is volgens Dexia een zelfstandig grond voor aansprakelijkheid die [geïntimeerde] aldus aan zijn vordering ten grondslag legt. Dit volgt volgens Dexia ook uit (rov. 5.6.2. in) het arrest Beckers/ Dexia . [geïntimeerde] had volgens Dexia de (de door hem gestelde) vordering uit hoofde van schending van artikel 41 NR Pro 99 zelfstandig moeten stuiten. Dit heeft hij niet gedaan. Naar het hof de stellingen van Dexia op dit punt begrijpt, volgt hieruit volgens Dexia dat de mogelijkheid van [geïntimeerde] om in deze procedure de schending van artikel 41 NR Pro 99 aan zijn vordering ten grondslag te leggen, is verjaard.