Uitspraak
wonende te [plaats] ,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
Met Dexia wordt hierna ook Bank Labouchere N.V. bedoeld.
Nu vaststaat dat uit hoofde van art. 12 Vrijstellingsregeling Pro Wte 1995 cliëntenremisiers zoals SpaarSelect, waren vrijgesteld van de vergunningplicht van art. 7 lid 1 Wte Pro en dat SpaarSelect was ingeschreven in het desbetreffende register, mocht Dexia echter op de voet van art. 41, aanhef en onder d, NR 1999 de door SpaarSelect aangebrachte cliënten in beginsel accepteren en is in zoverre geen sprake van handelen in strijd met art. 41 NR Pro 1995. (rov. 4.14.3)
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
grond deze generieke vrijstelling van art. 12 Vrijstellingsregeling Pro Wet toezicht effectenverkeer 1995 ruim uit te leggen. In het belang van een adequate regeling van het functioneren van de effectenmarkten, en om de positie van de beleggers op de effectenmarkten te beschermen, heeft de wetgever het immers in beginsel noodzakelijk geacht dat effectenbemiddelaars over een vergunning beschikken. Alleen voor het geval dit - kort gezegd - tot een nodeloze doublure zou leiden, is in de mogelijkheid voorzien van een generieke vrijstelling voor cliëntenremisiers. Een ruime uitleg van deze vrijstelling, in die zin dat zij ook andere dan de zojuist bedoelde gevallen bestrijkt, zou afbreuk doen aan deze strekking van de Wte 1995.
de op de effectenmarkten opererende effecteninstellingen en op de veranderingen die zich op die markten voordoen.”
effectentransactiesof beheeractiviteiten betreffen.
5.Beoordeling van de middelen in het principale beroep
(vgl. HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012, NJ 2013/40 ( [...] /Dexia), rov. 4.3.5)
6.Ter afsluiting
7.Beslissing
2 september 2016.