Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en sinds 2007 arbeidsongeschikt, ontving in 2014 pensioenuitkeringen uit Nederland, België en Duitsland. De Inspecteur legde een aanslag Zvw op gebaseerd op een bijdrage-inkomen inclusief de buitenlandse pensioenen. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de aanslag in strijd was met het Unierecht en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Hof. Het Hof oordeelde dat op grond van de Europese Verordening 833/2004 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op belanghebbende als post-actieve woonachtig in Nederland. Hierdoor is Nederland bevoegd premies Zvw te heffen over het gehele bijdrage-inkomen, inclusief de buitenlandse pensioenen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende geen feiten of omstandigheden kon aanvoeren waaruit een bewuste standpuntbepaling van de Inspecteur bleek. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het beroep ongegrond was en de redelijke termijn niet was overschreden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag Zvw inclusief buitenlandse pensioenen bevestigd.