Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vrouw, bijgestaan door mr. L. Eijdems, waarnemend voor mr. Pisters-van Rooij;
- mr. Sanli, namens de man.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vrouw tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin de kinderalimentatie was gewijzigd. De man en vrouw zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen, die sinds 2015 onder toezicht staan en van 2016 tot eind 2017 bij de man verbleven. De rechtbank had de kinderalimentatie van de man aan de vrouw per 11 maart 2016 op nihil gesteld en de vrouw een onderhoudsbijdrage aan de man opgelegd.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de ingangsdatum van haar onderhoudsverplichting later moest worden vastgesteld en dat zij onvoldoende draagkracht had om een bijdrage te leveren. Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de onderhoudsverplichting van de vrouw op 29 september 2016 moet worden vastgesteld, de datum van het inleidend verzoekschrift van de man. De vrouw had geen draagkracht vanaf die datum, mede vanwege haar verblijf in verslavingsklinieken in Italië en Zuid-Afrika en het ontbreken van inkomen boven bijstandsniveau.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de onderhoudsverplichting van de vrouw betrof en wees het verzoek van de man af. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw is geen bijdrage aan de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen verschuldigd vanaf 29 september 2016.