Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/326110/KG ZA 17-603)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van [appellante] met daarin opgenomen de grieven;
- het herstelexploot van 8 januari 2018;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] ;
- de als productie 20 door [appellante] overgelegde stukken die betrekking hebben op het vonnis van de Arbeidsrechtbank Antwerpen van 3 mei 2017.
3.De beoordeling
- door [appellante] in haar plan “Werkvoorbereiding JOB6301”
- Door [de vennootschap 2] in haar werkvergunning met bijbehorend informatieblad “Besloten Ruimte”
- In de bespreking van 22-09-2009 waar in de rapportage van [de vennootschap 3] naar verwezen wordt.
bevond op de plaats waar het masker zat. Wat niet vastgesteld kan worden is dat de blootstelling is ontstaan door het falen van het masker, of door verkeerd gebruik (bijvoorbeeld in een paniekreactie het masker van het gezicht trekken om lucht te krijgen). Wel is uit de literatuur af te leiden dat een volgelaatsmasker een 2 maal zo hoge graad van bescherming (NPF = nominale protectiefactor) biedt en een onafhankelijk persluchttoestel met ademautomaat en volgelaatsmasker een 100 maal zo grote NPF heeft.
:
: