Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 3540535/ 14-6465)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord met productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak vordert Dexia Nederland B.V. een verklaring voor recht dat zij aan haar verplichtingen uit zes effectenleaseovereenkomsten heeft voldaan en dat zij niets meer verschuldigd is aan de geïntimeerde. De geïntimeerde stelt dat zijn echtgenote tijdig de vernietiging van drie overeenkomsten heeft ingeroepen, waardoor hij een vordering tot onverschuldigde betaling heeft op Dexia.
De kantonrechter wees de vordering van Dexia af en oordeelde dat de bevoegdheid van de echtgenote tot vernietiging niet was verjaard vanwege de stuitende werking van een collectieve procedure die was gestart door Stichting Eegalease en de Consumentenbond. Dexia stelde in hoger beroep dat de collectieve procedure met het sluiten van een schikking definitief was geëindigd, waardoor de vernietigingstermijn eerder was verstreken.
Het hof overweegt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de bevoegdheid tot vernietiging door de collectieve actie is gestuit en dat de collectieve procedure pas definitief is geëindigd met de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst in januari 2007. Hierdoor was de buitengerechtelijke vernietiging van de echtgenote in februari 2006 tijdig. De grief van Dexia faalt, het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Dexia in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de bevoegdheid van de echtgenote tot vernietiging niet is verjaard en wijst de vordering van Dexia af.