ECLI:NL:GHSHE:2018:3497
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel milieudelicten
In deze zaak stond de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht centraal, gericht tegen een onderneming die milieudelicten zou hebben gepleegd door het niet correct afvoeren en verwerken van bedrijfsafvalwater en het aanbrengen van bassins zonder vergunning.
De rechtbank had eerder een vordering toegewezen tot betaling van een bedrag dat het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vertegenwoordigen. Het hof heeft in hoger beroep deze beslissing vernietigd omdat het voordeel niet voldoende betrouwbaar kon worden vastgesteld.
Het hof stelde vast dat de veroordeelde deels was vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten, waardoor het financiële voordeel op die onderdelen niet kon worden vastgesteld. Voor het bewezen verklaarde feit van het aanbrengen van bassins was er wel aanwijzing voor voordeel, maar de omvang daarvan kon niet worden vastgesteld vanwege gebrek aan betrouwbare gegevens.
De Provincie had een dwangsombeschikking opgelegd, waarna de veroordeelde kosten maakte om de overtreding te beëindigen, wat het voordeel deels teniet deed. Het hof vond heropening van het onderzoek niet opportuun gezien het tijdsverloop en de onbetrouwbaarheid van mogelijke gegevens.
Daarom wees het hof de ontnemingsvordering af en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.