Belanghebbende heeft BPM betaald voor dertien auto’s die zij als gebruikt had aangemeld. De Inspecteur stelde dat deze auto’s als nieuw moesten worden aangemerkt en legde een naheffingsaanslag op. De rechtbank heeft de naheffingsaanslag verminderd, maar het geschil bleef bestaan over de kwalificatie van de auto’s als nieuw of gebruikt.
In hoger beroep is onbetwist dat de auto’s volgens het toetsingskader van de Hoge Raad van 27 januari 2017 als nieuw moeten worden aangemerkt. Belanghebbende verzocht het hof prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU, maar het hof zag geen aanleiding daartoe en volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het hof verklaarde het hoger beroep van belanghebbende ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur tot betaling van proceskosten. Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt niet vergoed. De Inspecteur trok zijn hoger beroep tijdens de zitting in.