Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/191063 / HA ZA 14-252)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
I. ontbinding van de overeenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde] conform artikel 7:756 BW Pro,
III. ontbinding van de overeenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde] conform artikel 6:265 BW Pro op grond van toerekenbare tekortkoming zijdens [geïntimeerde] in de nakoming van de overeenkomst,
V. verklaring voor recht dat [appellante] op grond van artikel 6:60 BW Pro bevrijd is van haar verbintenis voortvloeiend uit de overeenkomst tussen [appellante] en [geïntimeerde] ,
VI. tot vergoeding van de door [appellante] geleden schade op grond van wanprestatie zijdens [geïntimeerde] , welke tot op heden wordt begroot op € 29.040,10,
visueleinspecties en bemonsteringen, gevolgd door laboratoriumanalyses, de eventuele asbesthoudende materialen van de
direct bereikbare en toegankelijkeinstallatie- en bouwtechnische elementen van de gebouwen binnen de opdracht te identificeren en vast te stellen (t.a.p., paragraaf 1.2., blz. 3) .
voor zover toegankelijk, visueelis geïnspecteerd en dat er materiaalmonsters zijn genomen van asbestverdachte materialen die nadere analyse of een visuele beoordeling rechtvaardigen (t.a.p., paragraaf 3.2., blz. 5).
direct bereikbare en toegankelijkelocaties en materialen zijn onderzocht, dat de
visueleinventarisatie uitsluitend
niet-destructiefwordt uitgevoerd waardoor niet kan worden gegarandeerd dat daarbij alle, ook verborgen, asbesthoudende materialen zijn ontdekt, dat
verregaande demontages van en breekwerk aan constructies niet mogelijkzijn, met name in panden die in gebruik zijn, evenals de visuele inspecties in ruimten onder volledig gesloten vloeren, in schoorstenen, in spouwmuren en anderszins volledig gesloten constructies en dat het asbestonderzoek daarom geen 100% garantie geeft dat al het asbesthoudende materiaal dat is toegepast gevonden is (t.a.p., paragraaf 4.1., blz.5).