ECLI:NL:GHSHE:2018:3759
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing kinderen en afwijzing verzoek vader tot thuisplaatsing
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn drie minderjarige kinderen heeft verlengd. De kinderen staan sinds april 2017 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en zijn sinds maart 2018 uit huis geplaatst vanwege zorgen over hun veiligheid en welzijn.
De vader betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en stelt dat hij en de moeder bereid zijn met hulpverlening te zoeken naar oplossingen zodat de kinderen thuis kunnen worden geplaatst. Hij benadrukt dat hij de kinderen na het incident adequaat heeft opgevangen en dat een thuisplaatsing bij hem mogelijk moet zijn zonder af te wachten op het lopende onderzoek van Keinder.
De GI voert aan dat er langdurige zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen en dat een thuisplaatsing momenteel niet verantwoord is. De moeder ondersteunt het verzoek van de vader om de kinderen bij hem te plaatsen, aangezien zij zelf niet in staat is de zorg op zich te nemen. Het hof overweegt dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging is voldaan en acht het in het belang van de kinderen dat eerst het onderzoek naar de opvoedvaardigheden van de ouders wordt afgerond. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader af.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd en het verzoek tot thuisplaatsing bij de vader wordt afgewezen.