Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[V.O.F.] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven met zes producties;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met een productie;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel;
- de akte uitlaten productie van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
6.De beoordeling
Kamerstukken II1951/52, 881, nr. 6, p. 30) te verschaffen die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de wederpartij. Daarmee strookt dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft op grond van alle omstandigheden de hoogte van de schadevergoeding te bepalen. De algemene regels van Boek 6 BW zijn op de begroting van de schadevergoeding van toepassing. Derhalve moet de rechter de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is (artikel 6:97 BW Pro). Alleen indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat.