Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de bij brief van 3 augustus 2018 door [appellant] toegezonden producties 19 tot en met 22;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De beoordeling
In verband met het hem in reconventie opgedragen bewijs heeft [appellant] uitdrukkelijk afgezien van de mogelijkheid om bewijs te leveren door het doen horen van getuigen. Na de getuigenverhoren heeft [appellant] zich op het standpunt gesteld dat zijn in de contra-enquête in conventie afgelegde verklaring tevens heeft te gelden als te zijn afgelegd in reconventie.
In reconventie heeft de rechtbank de getuigenverklaring van [appellant] tot uitgangspunt genomen en overwogen dat het verder beschikbare bewijs niet sterk genoeg is om deze verklaring (als partij-verklaring) voldoende geloofwaardig te maken. De rechtbank heeft daarop geconcludeerd dat [appellant] niet is geslaagd in het hem opgedragen bewijs. Op grond daarvan heeft de rechtbank de vordering van [appellant] afgewezen en [appellant] veroordeeld in de proceskosten.
Jouw pap die krijgt er in totaal nog 45 uit mijn hoofd”, met “45” bedoelde € 45.000,-. Aan [appellant] kan worden toegegeven dat [zoon van geïntimeerde] in het desbetreffende telefoongesprek meermaals op dreigende toon duidelijk maakt dat [appellant] moet terugbetalen. Echter, het hof leidt uit deze gesprekken niet af dat de erkenningen van [appellant] in deze gesprekken dat hij geld schuldig is aan [geïntimeerde] onder bedreiging tot stand zijn gekomen.
€ 5.877,-