Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2018:4487

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
29 oktober 2018
Publicatiedatum
29 oktober 2018
Zaaknummer
20-001975-15
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetLijst I bij de Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen en medeplichtigheid invoer grote partij cocaïne

De zaak betreft een hoger beroep tegen een eerdere vrijspraak van verdachte voor medeplegen en medeplichtigheid aan de invoer van circa 1675 kilogram cocaïne, verstopt in een partij koffie vanuit Costa Rica.

De rechtbank Rotterdam sprak verdachte in 2009 vrij, waarna het hof 's-Gravenhage dit vonnis vernietigde en eveneens vrijspraak uitsprak. De Hoge Raad vernietigde dit arrest in 2015 en verwees de zaak terug naar het hof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling.

In het onderzoek en de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat verdachte wel betrokken was bij het lossen van de container met koffie en cocaïne en aanwezig was bij de nasleep, maar dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wist van de aanwezigheid van cocaïne. De verklaringen en tapgesprekken toonden geen overtuigend bewijs van wetenschap of voorwaardelijk opzet.

Daarom vernietigt het hof het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder het medeplegen van invoer en doorlevering van cocaïne. De vrijspraak is gebaseerd op het ontbreken van bewijs dat verdachte opzettelijk betrokken was bij de drugshandel.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan invoer van cocaïne wegens onvoldoende bewijs van wetenschap.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-001975-15
Uitspraak : 29 oktober 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Roermond, van 4 december 2009, parketnummer 10-602066-07 in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Verloop van de procedure
De verdachte is bij het hierboven genoemde vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Roermond, van 4 december 2009 vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, kort gezegd de voortgezette handeling van het medeplegen van voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 2), de daadwerkelijke invoer in Nederland van die cocaïne (feit 1) en vervolgens de doorlevering daarvan binnen Nederland (feit 3). De officier van justitie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 23 april 2013 onder parketnummer 20-000223-10 heeft het gerechtshof
's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Tegen dit arrest is door de advocaat-generaal beroep in cassatie ingesteld.
Bij arrest van 9 juni 2015 (nr. S 13/03587) heeft de Hoge Raad het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar dit hof, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is – na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen, opnieuw rechtdoende het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is integrale vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;
Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het
grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht ongeveer 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst 1;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks
de periode van 1 januari 2007 tot en met 25 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk geval in Nederland,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door;
- af te reizen naar Costa Rica en/of
- in Costa Rica de container te laden met de lading met cocaïne en/of
- in een aantal dozen de voormelde hoeveelheid cocaïne te verstoppen en/of doen
verstoppen, en/of
- het vervoer van de verdovende middelen te organiseren, en/of
- een (dek)lading koffie in gestapelde dozen op pallets in een container naar Nederland te doen verschepen, en/of
- in Nederland voormelde container te helpen lossen, en/of
- alle pallets in de loods ( [adres] te Weert) te plaatsen en/of
- in de voormelde loods werkzaamheden te verrichten (onder meer) bestaande uit (een deel van) de lading uitpakken, en/of
- ( meermalen) (een) ontmoeting(en) te hebben met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde
verdovende middelen, en/of
- ( meermalen) (een) betaling(en) en/of overboeking(en) te verrichten en/of doen en/of
ontvangen met betrekking tot de uitvoering van een of meer van dat/die te plegen
misdrijf/misdrijven;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 19 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert en/of Costa Rica en/of Panama en/of Colombia, in elk in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (ongeveer) 1674,96 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en aldaar opzettelijk:
- een loods in Costa Rica gehuurd, en/of
- ( vervolgens) in een aantal dozen de voormelde hoeveelheid cocaïne verstopt en/of doen verstoppen, en/of
- ( vervolgens) het vervoer van de verdovende middelen georganiseerd, en/of
- ( vervolgens) een (dek)lading koffie in gestapelde dozen op pallets in een container naar Nederland doen verschepen, en/of
- ( vervolgens) in Nederland een loods en/of vorkheftruck gehuurd, en/of
- ( vervolgens) opdracht gegeven en/of doen geven de voormelde container naar een loods in Weert te doen vervoeren, en/of
- ( meermalen) (een) ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde verdovende middelen, en/of
- ( meermalen) (een) telefoongesprek(ken) gevoerd met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde verdovende middelen, en/of
- ( meermalen) (een) betaling(en) en/of overboeking(en) verricht en/of gedaan en/of ontvangen met betrekking tot de uitvoering van een of meer van die te plegen misdrijf/misdrijven;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2007 tot en met 19 september 2007 te Rotterdam en/of Maastricht en/of Eindhoven en/of Roermond en/of Weert, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk ongeveer 1 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van het materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd althans voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Op grond van de inhoud van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Bij dit oordeel heeft het hof, evenals de rechtbank, het volgende in aanmerking genomen. Er zijn in het strafdossier aanwijzingen dat de verdachte bij de ten laste gelegde gedragingen betrokken is geweest, immers was de verdachte op 19 september 2007 aanwezig en behulpzaam bij het lossen van de container met koffie en cocaïne te Weert.
Ook heeft hij blijkens de verklaring van de taxichauffeur naderhand deelgenomen aan de taxirit – waarvan het verloop overigens op zijn minst als uiterst merkwaardig kan worden aangemerkt – waarbij de betrokkenen hebben gesproken over het aantreffen van hout en stenen in de zeecontainer. Voorts komt de verdachte naar voren in een van de tapgesprekken die plaatsvinden nadat de container is gelost en deze hout en stenen bleek te bevatten. Deze gedragingen zijn naar het oordeel van het hof evenwel niet van dien aard dat hieruit kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van het feit dat zich in de betreffende zeecontainer naast de koffie een hoeveelheid cocaïne bevond. Uit de voorhanden zijnde stukken kan immers niet meer worden afgeleid dan dat de verdachte is ingezet voor het lossen van de betreffende container en dat hij bij de nasleep hiervan betrokken was. Nu op grond van het onderzoek ter terechtzitting deze wetenschap (eventueel in de vorm van voorwaardelijk opzet) niet kan worden aangetoond, dient de verdachte dan ook van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. A.R. Hartmann en mr. N. van der Laan, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.J.F. Heirman, griffier,
en op 29 oktober 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. N. van der Laan is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.