Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.De vennootschap onder firma [de VOF] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[vennoot 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[vennoot 2] ,wonende te [woonplaats] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De appellant exploiteert een onderneming en sloot in 2007 op advies van de assurantietussenpersoon een Instap arbeidsongeschiktheidsverzekering (Instap AOV) af. Na twee arbeidsongeschiktheidsincidenten ontving appellant tot medio 2015 een uitkering. Hij stelde dat de assurantietussenpersoon tekort was geschoten door onvoldoende advies over aanpassing van de verzekering aan zijn veranderde situatie, waaronder het niet adviseren van een ruimere dekking en het niet informeren over de beperkingen van de Instap AOV.
De rechtbank wees de vorderingen af, waarna appellant in hoger beroep vernietiging van dit vonnis en toewijzing van zijn vorderingen beoogde. Het hof oordeelde dat in 2007 het advies passend was gezien de toenmalige situatie van appellant als startende ondernemer zonder gezin. De verzekeringspolis was destijds passend en er was geen bewijs dat de assurantietussenpersoon tekort was geschoten.
Verder stelde het hof vast dat appellant na de oorspronkelijke contractperiode van vijf jaar en na de schadegevallen bekend was met de beperkte dekking van de Instap AOV en desondanks geen aanpassing van de polis heeft gedaan. Appellant heeft onvoldoende feiten gesteld om aannemelijk te maken dat hij schade heeft geleden door het vermeende tekortschieten van de assurantietussenpersoon. Daarom faalden zijn grieven en werden zijn vorderingen afgewezen. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.