Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/326757/ HA ZA 17-92)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
e-mail gezonden, waarin de relatie tussen haar en de man werd beëindigd.
primairgesteld dat [appellante] in haar vorderingen niet ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat voor recht moet worden verklaard dat geen huwelijk tot stand is gekomen,
subsidiairdat het huwelijk nietig moet worden verklaard,
meer subsidiairdat erkenning aan het huwelijk moet worden onthouden en
uiterst subsidiairhoe de verdeling zou moeten plaatsvinden.
voorwaardelijke reconventie(de rechtbank heeft begrepen: voor het geval zijn verweer in conventie niet slaagt) vordert hij samengevat, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
hofhet volgende voorop. Artikel 10:31 BW Pro is in deze zaak van toepassing nu het gaat om een (beweerdelijke) huwelijksvoltrekking die in het buitenland zou hebben plaats gevonden. Dit artikel bepaalt (voor zover relevant):
dachthij erover om een huwelijk met [appellante] aan te gaan, omdat zij hem tot zijn dood thuis wilde verzorgen alsmede in verband met de belasting.
hofoverweegt als volgt.