Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1] ,2. [geintimeerde 2] ,beiden wonende te [woonplaats] , België,
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven van [appellant] met drie producties;
- de memorie van antwoord van [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] met een productie.
6.De beoordeling
- een verklaring voor recht dat de overeenkomst door de buitengerechtelijke verklaring van 25 september 2012 is ontbonden, althans ontbinding van die overeenkomst wegens een aan [appellant] toerekenbare tekortkoming in de nakoming ervan;
- veroordeling van [appellant] en [eigenaar 2] tot ongedaanmaking van de uitvoering van de verbintenis door terugbetaling van de totale aankoopsom van € 42.500,-- aan [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] , vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 februari 2012;
- veroordeling van [appellant] en [eigenaar 2] tot betaling aan [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] van de veterinaire kosten van € 943,80, € 80,00 en € 361,50, de stallingskosten vanaf 3 augustus 2012 van € 500,00 per maand en de kosten van de hoefsmid van € 80,00 per keer dat het paard beslagen is, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de data waarop genoemde bedragen door [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] zijn betaald;
- de vordering tegen [eigenaar 2] afgewezen;
- voor recht verklaard dat de overeenkomst door middel van de buitengerechtelijke verklaring van 25 september 2012 is ontbonden;
- [appellant] veroordeeld om aan [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] € 43.805,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 42.500,-- met ingang van 1 oktober 2012;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld;
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
- A. de (op blz. 1 van het tussenvonnis van 13 maart 2013 genoemde) conclusie van antwoord met producties;
- B. de (op blz. 1 van het tussenvonnis van 24 juni 2015 genoemde) akte uitlating vonnis van 24 juli 2013;
- C. de (op blz. 1 van het tussenvonnis van 24 juni 2015 genoemde) antwoordakte van 14 augustus 2013;
- D. blz. 5 van het proces-verbaal van getuigenverhoor van 11 oktober 2013;
- E. het (op blz. 1 van het tussenvonnis van 24 juni 2015 genoemde) proces-verbaal van getuigenverhoor in België van 13 mei 2014;
- F. de (op blz. 1 van het tussenvonnis van 24 juni 2015 genoemde) conclusie na getuigenverhoor van [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] met een productie;
- G. de conclusie na getuigenverhoor van [appellant] en [eigenaar 2] ;
- H. de (op blz. 1 van het eindvonnis van 23 maart 2016 genoemde) akte van [appellant] en [eigenaar 2] ;
- I. de (op blz. 1 van het eindvonnis van 23 maart 2016 genoemde) akte uitlating producties van [geintimeerde 1] en [geintimeerde 2] .