Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/198847 HA ZA 14-673)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het exploot van anticipatie van 6 september 2016;
- de memorie van grieven, tevens houdende akte vermeerdering van eis, met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
3.De beoordeling
, thans eigendom van gemeente [gemeente] -, alsmede het recht van weg om via de [laan] met de auto te komen en te gaan van en naar even genoemde parkeerplaats - welke parkeerplaats gemarkeerd mag worden, daaronder begrepen het plaatsen van een parkeerpaaltje - en de parkeerplaats gelegen naast de onder 8.d. bedoelde garage alsmede de garage zelf. Laatstbedoelde parkeerplaats is grotendeels gelegen op verkopers grond. Evengemelde rechten zullen als erfdienstbaarheden worden verleend zodra zulks mogelijk is. (…)”
,de percelen met opstallen, grond en tuin staande en gelegen aan de [straat 2] , te ( [postcode] ) [gemeente] , kadastraal bekend als gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummers [nummer 14] , [nummer 5] en [nummer 15] aan [appellant] in eigendom overgedragen. Op de percelen bevinden zich een winkel, garage en bovenwoningen die door [appellant] aan verschillende huurders worden verhuurd.
Primair:
De rechtbank heeft overwogen dat van enige onduidelijkheid over de inhoud van de gevestigde erfdienstbaarheid, de wijze van uitoefening daarvan of van het ontbreken van regelen daaromtrent - met uitzondering van de begrippen ‘auto’ en ‘parkeren’ - geen sprake is. De rechtbank ziet dan ook geen grond om de gevestigde erfdienstbaarheid - buiten voormelde begrippen om - (nader) in te vullen aan de hand van de bedoeling van de oorspronkelijke partijen of op grond van gesteld gebruik.
De rechtbank heeft aangenomen dat het begrip ‘auto’ in de akte niet enkel ziet op personenauto’s maar ook op bedrijfswagens die ten behoeve van de exploitatie van de winkel/het bedrijf worden ingezet en ziet aanleiding om de uitleg van het begrip ‘auto’ te beperken tot bedrijfswagens tot 3.500 kilogram. Ten aanzien van het begrip ‘parkeren’ heeft de rechtbank geoordeeld dat hieronder eveneens begrepen moet worden de verrichtingen die onlosmakelijk zijn verbonden met het uitoefenen van het parkeren van een personenauto dan wel bedrijfswagen (zoals het in- en uit stappen, het van en naar het voertuig lopen, het laden- en lossen, het manoeuvreren met het voertuig).
Ten slotte heeft de rechtbank de vordering van de VvE tot opheffing van de erfdienstbaarheid en de gevorderde dwangsommen afgewezen, omdat van [appellant] niet gevergd kan worden dat hij zijn opstallen zodanig inricht dat deze bereikbaar zijn zonder gebruikmaking van de in het geschil zijnde erfdienstbaarheid en omdat van gewijzigde omstandigheden geen sprake is.