De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg waarin de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) werd vervallen verklaard en een omgangsregeling werd vastgesteld waarbij het contact tussen moeder en minderjarige volledig begeleid plaatsvindt.
De minderjarige kampt met hechtingsproblematiek en heeft een bewogen voorgeschiedenis met meerdere uithuisplaatsingen. Sinds oktober 2014 verblijft hij in een pleeggezin waar hij zich goed ontwikkelt. De GI heeft de omgangsregeling ingesteld vanwege de behoefte van de minderjarige aan duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid.
De moeder wenst een uitbreiding van de omgangsregeling en minder begeleiding, maar het hof oordeelt dat de moeder onvoorspelbaar is tijdens bezoekmomenten, afspraken niet nakomt en de minderjarige belast met volwassenenproblematiek. Dit leidt tot onveiligheidsgevoelens bij de minderjarige.
Het hof acht het in het belang van de minderjarige dat de omgang volledig begeleid blijft en niet wordt uitgebreid in duur. De grief van de moeder faalt en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.