ECLI:NL:GHSHE:2018:519

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
19 februari 2018
Publicatiedatum
8 februari 2018
Zaaknummer
20-002735-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vrijspraak ontucht minderjarige wegens gebrek aan bewijs

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor ontucht met een minderjarig kind, met twee tenlasteleggingen betreffende seksueel binnendringen van een minderjarige onder de zestien en onder de twaalf jaar. De rechtbank Oost-Brabant sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting heeft het hof de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging gehoord. De verdediging handhaafde het verzoek tot vrijspraak en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

Het hof oordeelde, net als de rechtbank, dat er onvoldoende wettige bewijsmiddelen waren om de tenlasteleggingen te bewijzen. Het principe 'unus testis nullus testis' speelde hierbij een rol, hetgeen inhoudt dat één getuige niet voldoende is voor een veroordeling. Daarom bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en handhaafde de vrijspraak en de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij.

Uitkomst: Het hof bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende wettige bewijsmiddelen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002735-15
Uitspraak : 19 februari 2018
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 augustus 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-860307-14 tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboortegegevens],
wonende te [adresgegevens].
Hoger beroep
Aan verdachte is onder 1 - kort gezegd - ten laste gelegd het seksueel binnendringen bij iemand beneden de zestien jaar en gepleegd tegen [slachtoffer] in de periode
10 augustus 2013 tot en met 4 maart 2014. Onder 2 is aan verdachte - kort gezegd - ten laste gelegd het seksueel binnendringen van iemand beneden de leeftijd van 12 jaren, gepleegd tegen [slachtoffer] voornoemd, gepleegd in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 9 augustus 2013.
De rechtbank heeft verdachte van voormelde feiten vrijgesproken en heeft de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in de vordering verklaard.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten onder 1 en 2 en bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering wordt verklaard.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam].
Het hof is op grond van het onderzoek ter terechtzitting met de rechtbank van oordeel dat bij gebrek aan voldoende wettige bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en dat verdachte derhalve op de juiste gronden door de rechtbank is vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. P.T. Gründemann, voorzitter,
mr. A.R.O. Mooy en mr. J. Swinkels, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 19 februari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.