Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
- verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroepen gegrond,
- vernietigt de uitspraken van de Inspecteur,
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB/PVV 2010 en 2011 en de daarbij genomen beschikkingen betreffende de heffingsrente,
- vermindert de aanslag IB/PVV 2012 berekend overeenkomstig de in de herziene aangifte IB/PVV 2012 aangegeven belastbare inkomens,
- vermindert de aanslag IB/PVV 2013 berekend overeenkomstig de in de aangifte IB/PVV 2013 aangegeven belastbare inkomens,
- vermindert de aanslag IB/PVV 2014 berekend overeenkomstig de in de herziene aangifte IB/PVV 2014 aangegeven belastbare inkomens,
- vermindert de beschikkingen belastingrente voor de jaren 2012, 2013 en 2014 dienovereenkomstig de vermindering van de belastingaanslagen voor die jaren,
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 170 vergoedt, en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van de bezwaarfase, de kosten van het geding bij de Rechtbank en de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op in totaal € 3.379,50 (€ 373,50 + € 1.503 + € 1.503).