Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een gepensioneerde die een kleine onderneming heeft waarin hij 4 à 5 uur per week rechtsbijstand verleent, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en vorderde een hogere vergoeding van verletkosten dan door de rechtbank was toegekend.
De rechtbank had de naheffingsaanslag vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend, inclusief een vergoeding voor 4,5 uur verlet tegen een laag tarief. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij recht had op een vergoeding van 17 uren tegen een veel hoger tarief, inclusief vergoeding voor voorbereidende werkzaamheden en portokosten.
Het hof oordeelde dat portokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen en dat onder de omstandigheden van een gepensioneerde met een kleine onderneming die slechts enkele uren per week werkt, geen sprake is van daadwerkelijke verletkosten. Het hof wees het verzoek om heropening af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het griffierecht en proceskosten niet werden verhoogd.
De uitspraak benadrukt de limitatieve regeling van kostenvergoeding in bestuursrechtelijke procedures en het belang van voldoende onderbouwing van kostenverzoeken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij geen hogere vergoeding van verletkosten is toegekend.