ECLI:NL:GHSHE:2019:1022
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht en rol tussenpersoon bij effectenleaseovereenkomsten Dexia
In deze zaak staat centraal de beoordeling van effectenleaseovereenkomsten die tussen 1995 en 2000 zijn gesloten tussen [geïntimeerde] en Dexia, waarbij sprake is van geschil over restschulden en vernietiging van een overeenkomst door de echtgenote van [geïntimeerde]. Het hof bevestigt dat de vernietiging van de overeenkomst tijdig is vanwege stuiting van verjaring door een collectieve actie.
Verder is onomstreden dat Dexia tekort is geschoten in haar zorgplicht. Partijen verschillen echter van mening over de omvang van de schadevergoedingsplicht, mede vanwege de rol van een tussenpersoon die mogelijk zonder vergunning heeft geadviseerd. Het hof verwijst naar relevante arresten van de Hoge Raad over de gevolgen van advisering door een niet-vergunde tussenpersoon en de zorgplicht van Dexia.
Het hof laat [geïntimeerde] toe tot bewijslevering over de stelling dat de tussenpersoon hem heeft geadviseerd en dat Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Voor het geval getuigen worden gehoord, wordt een raadsheer-commissaris aangewezen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van de vernietiging en staat bewijs toe over advisering door een niet-vergunde tussenpersoon, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.