ECLI:NL:GHSHE:2019:1029
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep Dexia-zaak over zorgplicht en rol tussenpersoon bij effectenleaseovereenkomsten
In deze zaak staat centraal de vraag in hoeverre Dexia aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door het aanbieden van effectenleaseproducten via een tussenpersoon die niet over de vereiste vergunning beschikte. De cliënt sloot in 1999 vijf effectenleaseovereenkomsten via een tussenpersoon, welke voortijdig werden beëindigd. Dexia vorderde betaling van restschulden, terwijl de cliënt een zorgplichtschending en onrechtmatige benadering stelde.
De kantonrechter wees de vorderingen van Dexia af en veroordeelde Dexia tot schadevergoeding aan de cliënt. Dexia ging in hoger beroep en stelde dat de cliënt eigen schuld had vanwege de rol van de tussenpersoon. Het hof verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin is bepaald dat bij advisering door een niet-vergunde tussenpersoon, en indien de aanbieder hiervan op de hoogte was, de vergoedingsplicht van de aanbieder in beginsel volledig blijft.
Het hof oordeelt dat de cliënt het bewijs mag leveren dat de tussenpersoon hem heeft geadviseerd en dat Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, waarbij getuigen kunnen worden gehoord onder leiding van een raadsheer-commissaris. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over advisering door de tussenpersoon en houdt de zaak aan voor verdere beslissing.