De schuldsaneringsregeling van appellante werd door de rechtbank beëindigd zonder toekenning van de schone lei vanwege tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen, waaronder onvoldoende sollicitatie-inspanningen en het ontstaan van nieuwe schulden.
Appellante kwam in hoger beroep met het verzoek om verlenging van de regeling, stellende dat de nieuwe schulden inmiddels zijn afgelost en zij haar inspanningsplicht nu wel nakomt. De bewindvoerder bevestigde de tekortkomingen, maar erkende dat de nieuwe schulden grotendeels zijn voldaan.
Het hof oordeelde dat appellante haar informatieplicht jegens de bewindvoerder niet tijdig is nagekomen en dat zij gedurende ruim acht maanden haar sollicitatieplicht onvoldoende heeft vervuld. Desondanks acht het hof voldoende aannemelijk dat de nieuwe schulden zijn afgelost, behoudens een lening die bij schone lei zal worden kwijtgescholden.
Gezien de ernst en duur van de tekortkomingen, maar ook de verbeterde situatie, verlengt het hof de schuldsaneringsregeling met 12 maanden om appellante een laatste kans te bieden haar verplichtingen na te komen. Het hof legt daarbij nadrukkelijk voorwaarden op omtrent sollicitatie-inspanningen en rapportage.
De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor de voortzetting van de regeling tot 30 maart 2020.