Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.De prejudiciële procedure
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
De nieuw ontstane schuld achtte het hof niet verwijtbaar (rov. 3.7.5).
De hiervoor in 3.6.2 vermelde omstandigheid dat het aflopen van de termijn van art. 349a Fw van rechtswege tot gevolg heeft dat de schuldsanering eindigt voor de toepassing van de tweede afdeling van titel III Fw, staat daaraan niet in de weg.
4.Beslissing
10 oktober 2014.