Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Stichting BalanZ Bewindvoering en Budgetbeheer.
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/339629 / KG ZA 18-623)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met vijf grieven, acht producties en een wijziging van eis in conventie;
- de conclusie van eis overeenkomstig de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van antwoord met vier producties.
3.De beoordeling
- Over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [geïntimeerde] is bewind ingesteld. Bij beschikking van 11 juli 2014 is [bewindvoerders] q.q. tot opvolgend bewindvoerder benoemd.
- Bij beschikking van 29 januari 2015 is bewind ingesteld over alle goederen die [appellant 2] toebehoren of zullen toebehoren. Bij beschikking van 23 december 2015 is Balanz q.q. tot opvolgend bewindvoerder benoemd.
- [appellant 2] en [geïntimeerde] hebben vanaf augustus 2015 een affectieve relatie gehad. Zij hebben samengewoond in de door [geïntimeerde] gehuurde woning te [plaats 1] . [appellant 2] verbleef tot de aanvang van die samenwoning, sinds de breuk met zijn ex-vrouw, op een camping.
- [appellant 2] heeft twee minderjarige dochters uit een vorig huwelijk (geboren op [geboortedatum] 2001 en [geboortedatum] 2003). Tussen [appellant 2] en zijn dochters geldt een omgangsregeling, die moeizaam verloopt.
- Op 29 augustus 2016 is aan [appellant 2] door de urgentiecommissie urgentie toegekend voor een woonruimte van Brabant Wonen.
- Op basis van die urgentie heeft Stichting BrabantWonen met ingang van 7 november 2016 aan [appellant 2] en [geïntimeerde] de woning aan de [adres] te [plaats 2] (hierna: de woning) verhuurd.
- De relatie tussen [appellant 2] en [geïntimeerde] is inmiddels geëindigd.
- Bij brief van 19 september 2018 heeft de advocaat van [appellant 2] aan [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld:
- [geïntimeerde] heeft geweigerd om de woning te verlaten.
- Bij beschikking van 6 december 2018 is [bewindvoerders] q.q. met ingang van 1 januari 2019 ontslagen als bewindvoerder van [geïntimeerde] , onder gelijktijdige benoeming van [advies] q.q. als zodanig.
- 1. te bepalen dat [geïntimeerde] vanaf de vierde dag na betekening van het vonnis aan Balanz q.q. gerechtigd is tot het voortgezet en exclusief gebruik van de woning;
- 2. Balanz q.q. te veroordelen om de woning binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis gedeeltelijk, voor zover het [appellant 2] betreft, met al het zijne en de zijnen te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels aan [bewindvoerders] q.q.;
- De situatie in de woning is onhoudbaar en aan die situatie moet op korte termijn een eind komen (rov. 5.2).
- De belangen van [geïntimeerde] wegen in dit geval zwaarder dan de belangen van [appellant 2] . Daarbij is van belang dat partijen aanvankelijk hebben samengewoond in de door [geïntimeerde] gehuurde woning en dat [geïntimeerde] de huur van die woning heeft opgezegd vanwege omstandigheden gelegen in de privésfeer van [appellant 2] (rov. 5.5).
- Aan het argument van [appellant 2] dat hij over de woning moet beschikken om zijn kinderen te kunnen ontvangen in het kader van de omgangsregeling komt geen doorslaggevende betekenis toe (rov. 5.6).
- bepaald dat [geïntimeerde] vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis gerechtigd is tot het voortgezet en exclusief gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats 2] ;
- Balanz q.q. veroordeeld om de woning met aanhorigheden, voor zover het [appellant 2] betreft, met al het zijnde en de zijnen te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels aan de bewindvoerder, binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis.
- te bepalen dat [appellant 2] vanaf de vierde dag na betekening van het te wijzen arrest gerechtigd is tot het voortgezet en exclusief gebruik van de woning;
- veroordeling van [bewindvoerders] q.q. om de woning binnen drie dagen na betekening van het te wijzen arrest te verlaten en deze, alsmede de zich daarin bevindende inboedel, ter vrije beschikking van [appellant 2] te stellen en de woning zonder toestemming van [appellant 2] niet meer te betreden, kosten rechtens.
4.De uitspraak
- de vorderingen van Balanz q.q. in conventie zijn afgewezen;
- de vorderingen van [bewindvoerders] q.q. in reconventie zijn toegewezen;
- de proceskosten van de gedingen in conventie en reconventie tussen partijen zijn gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen;