Deze zaak betreft een schadestaatprocedure voortvloeiend uit een eerdere uitspraak waarin de rechtbank oordeelde dat de verkoop en levering van twaalf voertuigen niet rechtsgeldig was. De rechtbank stelde vast dat appellante eigenaar bleef en veroordeelde geïntimeerden tot schadevergoeding, nader op te maken.
Appellante stelde een schadestaat op met posten voor opslag, transport, taxatiekosten en waardeverlies, gebaseerd op een taxatierapport van het NTAB. De rechtbank kende slechts een deel van de schade toe, verwierp het taxatierapport en maakte een onderscheid tussen duurdere en goedkopere voertuigen met verschillende afschrijvingspercentages.
In hoger beroep betwist appellante het oordeel over het taxatierapport, de afschrijving en de proceskostenverdeling. Geïntimeerden maken bezwaar tegen het onderscheid in afschrijving en wensen een uniform percentage van 8%. Het hof stelt appellante in de gelegenheid te reageren op het incidenteel appel van geïntimeerden en houdt verdere beslissing aan.