Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellant] , bijgestaan door mr. Stallen;
- namens de curator, mevrouw [medewerker 1] en de heer [medewerker 2] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 augustus 2018, waarin zijn verzoek tot opheffing van de curatele was afgewezen. Het hof heeft bij de behandeling van de ontvankelijkheid vastgesteld dat het procesdossier van de eerste aanleg inmiddels volledig is overgelegd, ondanks eerdere vertragingen en verzoeken om uitstel.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 maart 2019, waarin uitsluitend de ontvankelijkheid werd besproken, verklaarde de curator dat de inhoud van het procesdossier hem bekend was en dat de late indiening geen gevolgen had voor de ontvankelijkheid van appellant. Het hof heeft op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad geoordeeld dat niet-ontvankelijkheid alleen kan worden uitgesproken bij wettelijke basis of ernstige schending van de goede procesorde, wat hier niet aan de orde was.
Het hof verklaart appellant ontvankelijk in zijn hoger beroep en stelt de curator in de gelegenheid om uiterlijk 23 mei 2019 een verweerschrift in te dienen. De zaak wordt voor het overige aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Appellant is ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking tot curatele.