Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/311082 / HA ZA 16-515)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de rolbeslissing van 13 maart 2018;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte prejudiciële vraag van [appellante] ;
- de brief van mr. De Ridder van 29 augustus 2018;
- het H16-formulier van mr. Berruezo van 4 september 2018.
3.De beoordeling
- een verklaring voor recht dat [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de door [appellante] geleden schade die zij heeft geleden als gevolg van het feit dat bij haar een PIP-implantaat was ingebracht.
- een veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 25.000,00, vermeerderd met wettelijke rente, en
- een veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat,
- de arts maakt de keuze van het te gebruiken hulpmiddel en heeft daarbij een financieel belang;
- de arts heeft in de relatie tot de patiënt de meeste deskundigheid met betrekking tot het gebruik en het functioneren van het hulpmiddel;
- het gaat hier om een serie gebrekkige hulpmiddelen;
- de patiënt heeft, in verhouding tot het ziekenhuis, minder draagkracht en heeft geen verhaal op de producent, terwijl het ziekenhuis verzekerd is.
- het gaat om voor professionele gebruikers niet te onderkennen gebreken; er is geen (relevante) kennisvoorsprong ten opzichte van de patiënt;
- de protheses waren van een CE-keurmerk voorzien;
- [appellante] heeft zich voor een groot deel van de schade verzekerd bij de zorgverzekeraar;
- [geïntimeerde] kan de schade niet verhalen op de producent nu die failliet is;
- toerekening heeft een remmend effect op de ontwikkeling van nieuwe medische behandelmethoden;
- niet relevant is dat het om een serie gebrekkige producten gaat;
- het betreft hier een geneeskundige behandeling, waarbij de arts een inspanningsverbintenis, geen resultaatsverbintenis, aangaat met de patiënt;
- toerekening past niet in het wettelijk stelsel gezien de kanalisatie van de aansprakelijkheid van de producent en
- toerekening is niet in overeenstemming met de ontwikkelingen in het buitenland.
Deze opvatting komt ons juist voor.”