Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
voor 24 meiaanstaande (…) aangifte inkomstenbelasting voor de jaren 2009 tot en met 2011 kunt doen (…).”
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde een coffeeshop en deed voor 2010 geen vereiste aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV). De inspecteur legde daarop ambtshalve een aanslag op, gebaseerd op een schatting van het belastbaar inkomen, en legde tevens een verzuimboete op wegens het niet indienen van de aangifte.
Belanghebbende voerde bezwaar en beroep aan tegen de aanslag en boete en stelde dat de schatting van de inspecteur onjuist was, onder meer vanwege een te hoog aangenomen brutowinstpercentage en het niet onderscheiden van omzetposten. Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie en concludeerde dat bij gebrek aan harde cijfers een redelijke schatting is toegestaan, waarbij de inspecteur niet aan de lage kant hoeft te zitten zolang de schatting niet onredelijk is.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende overtuigend bewijs leverde om de aanslag te verlagen en bevestigde dat de opgelegde verzuimboete passend is gezien het stelselmatig niet indienen van aangiften. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het hof wees ook af dat het griffierecht geheel of gedeeltelijk werd vergoed en zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier, en partijen werden gewezen op de mogelijkheid van cassatieberoep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en verzuimboete over 2010 en verklaart het hoger beroep ongegrond.