Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. H. Sanli;
- de raad, vertegenwoordigd door mr. [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 15 maart 2018, waarin een omgangsregeling tussen de vader en hun minderjarige kind was vastgesteld. De moeder stelt dat de vader de omgangsregeling regelmatig niet nakomt, wat leidt tot teleurstellingen en frustraties bij het kind. De vader is moeilijk bereikbaar en heeft de overnachtingen uit de regeling niet gerealiseerd.
De vader heeft het hof voorafgaand aan de mondelinge behandeling telefonisch laten weten niet te zullen verschijnen en heeft geen verweer gevoerd in hoger beroep. De Raad voor de Kinderbescherming constateert dat de vader zijn vaderrol niet vervult en adviseert het verzoek van de moeder toe te wijzen.
Het hof oordeelt dat de vader juridisch ouder is en dat het belang van het kind voorop staat. Gezien de onbetrouwbaarheid van de vader in het nakomen van de omgangsregeling acht het hof een aangepaste regeling van eens in de drie weken op zaterdag van 12:00 tot 17:00 uur passend. Deze frequentie sluit aan bij de feitelijke omgang en voorkomt teleurstellingen, terwijl het contact tussen vader en kind behouden blijft.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover nodig en stelt de nieuwe omgangsregeling vast. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt gewijzigd naar eens in de drie weken op zaterdag van 12:00 tot 17:00 uur wegens niet-nakoming door de vader.