ECLI:NL:GHSHE:2019:1725
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en samenwoning volgens artikel 1:160 BW afgewezen
Partijen, ouders van twee jongmeerderjarige kinderen, zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over partneralimentatie. De man vorderde beëindiging van zijn alimentatieplicht per 25 september 2015 wegens samenwoning van de vrouw met een ander en wegens grievend gedrag.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs leverde dat de vrouw met haar partner samenleefde in de zin van artikel 1:160 BW Pro. Hoewel een duurzame affectieve relatie vaststond, ontbrak het aan wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Ook het bewijsaanbod van de man werd onterecht door de rechtbank afgewezen, maar het hof zag geen aanleiding dit te herstellen.
Verder stelde de man dat het grievend gedrag van de vrouw, waaronder het aanschrijven van zijn werkgever, de alimentatieplicht zou moeten beëindigen. Het hof vond dit gedrag niet zodanig ernstig dat het de onderhoudsplicht opheft. Ten slotte werd het verzoek tot veroordeling in proceskosten afgewezen, waarbij de kosten in hoger beroep werden gecompenseerd en partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst de vorderingen van de man af.