ECLI:NL:GHSHE:2019:1732
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens ongeschiktheid moeder
In deze zaak is de moeder in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar ongeboren kind heeft verleend. De moeder voert aan dat er onvoldoende diepgaand onderzoek naar haar opvoedkwaliteiten is gedaan en dat zij inmiddels zelf hulp heeft gezocht voor haar problematiek. Zij wenst haar kinderen weer thuis te ontvangen of anders een moeder-kind-huis.
De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de zorgen over de opvoedsituatie zijn toegenomen sinds de moeder zelfstandig woont. De moeder heeft hulpaanbod niet opgepakt, ontkent problematiek en is emotioneel vaak niet beschikbaar. De GI acht uithuisplaatsing noodzakelijk om het belang van het kind te waarborgen.
Het hof stelt vast dat de moeder het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid heeft ingetrokken en verklaart haar niet-ontvankelijk daarin. Op grond van de feiten en rapportages, waaronder observaties van een organisatie, concludeert het hof dat de moeder door haar verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek niet in staat is de verzorging en opvoeding adequaat te bieden. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking tot uithuisplaatsing en verzoekt de GI een plan op te stellen voor toekomstperspectief, inclusief mogelijke thuisplaatsing en hulpverlening.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hof wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid af.