Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[plaats],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2016 is vastgesteld op €148.000. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank Limburg, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze vaststelling.
Het geschil betrof de vraag of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld, waarbij belanghebbende aanvoerde dat onvoldoende rekening was gehouden met waardeverminderende factoren zoals een nabijgelegen speeltuin/voetbalveld, verkeersoverlast en de staat van onderhoud van de woning. De Heffingsambtenaar verwees naar een taxatierapport waarin een waardevermindering van 20% voor de ligging was toegepast.
Het Hof onderschreef de overwegingen van de Rechtbank dat de gebruikte referentieobjecten geschikt waren en dat de waardevermindering voor de ligging en overlast adequaat was meegenomen. Ook de staat van onderhoud was voldoende in de waardering verwerkt, mede doordat belanghebbende geen inpandige opname toestond. Het verzoek om een hoorzitting werd ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €148.000 bevestigd.