Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.TenneT TSO B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
[de vennootschap] ,gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
5.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 27 maart 2018 waarbij partijen gelegenheid werd geboden voor pleidooi;
- het audiëntieblad van het pleidooi, gehouden op 30 november 2018, waaraan gehecht
6. De beoordeling
[appellant 1]de overeengekomen huurkorting (rov. 6.2.7 t/m 6.2.9) verwerkt. Het hof cursiveert hier de naam van [appellant 1] nu [appellanten] enerzijds ontkent dat [appellant 1] het financiële beheer deed (“dat deed accountantskantoor [het accountantskantoor] ”) maar anderzijds wel erkent dat [appellant 1] de huurkortingen verwerkte. Die stellingen van [appellanten] laten zich slecht met elkaar verenigen. Gesteld noch gebleken is dat de toegezegde huurkorting en de verwerking ervan zonder instemming van [appellante 2] geschiedde; dat het [appellante 2] niet zou zijn opgevallen dat door TenneT en [geintimeerde 2] minder huur werd betaald doet daaraan niet af. Dat dat zou zijn omdat de rekening werd beheerd door [appellant 1] is een interne aangelegenheid van [appellanten] die niet kenbaar is voor TenneT en [geintimeerde 2] ; zij voldeden aan hun verplichtingen jegens zowel [appellant 1] als [appellante 2] door betaling op de door [appellanten] aangegeven rekening. [appellanten] stellen dat [appellant 1] “de gesprekken met [medewerker van TenneT 2] ” (vgl. rov. 6.2.7 waarin de e-mail van 2 juli 2013 is geciteerd die [medewerker van TenneT 2] namens TenneT en [geintimeerde 2] stuurde) voerde omdat híj door [medewerker van TenneT 2] was benaderd over de verlenging. Dat geeft inderdaad een feitelijke duiding van de gang van zaken, maar gesteld noch gebleken is dat [appellant 1] heeft gezegd “Je moet niet (alleen) bij mij zijn, maar (ook) bij mw. [appellante 2] ” of “Ik praat met je onder voorbehoud van instemming van mw. [appellante 2] .” Laat staan dat [appellante 2] , bij die gelegenheid of op enig ander moment, een zodanige boodschap aan de huurders ( [medewerker van TenneT 2] ) heeft afgegeven. [medewerker van TenneT 2] is “naar [vestigingsplaats 3] gekomen”, aldus de mededeling van [appellant 1] ter gelegenheid van het pleidooi, waaronder het hof het kantoor van [het accountantskantoor] verstaat en in welke bespreking - waaraan niet werd deelgenomen door [appellante 2] - [appellant 1] een “final offer” heeft neergelegd. Dat [appellant 1] bij zijn uitnodiging aan [medewerker van TenneT 2] naar zijn, [appellant 1] , kantoor te komen (vgl. prod. 11 akte bij pleidooi) of bij gelegenheid van die bespreking aan [medewerker van TenneT 2] een vergelijkbare boodschap als hiervoor bedoeld heeft afgegeven is evenmin gesteld of gebleken. [appellant 1] heeft, ten slotte, voor wat betreft de instemming van [appellante 2] geheel ongeclausuleerd, na nadere mailwisseling met [medewerker van TenneT 2] bij e-mail van 30 juli 2013 (rov. 6.2.9) “namens de Beleggingscombinatie [appellanten] ” meegedeeld: “Hierbij sturen we je de bevestiging van onze kant dat wij akkoord zijn met de afspraken zoals ze gaan gelden vanaf 1 augustus 2013 op basis van de teksten van jouw e-mails van 2 juli 2013 en vandaag (…).” Het hof realiseert zich dat de door [appellant 1] gebruikte naam “Beleggingscombinatie [appellanten] ” niet in de huurovereenkomsten wordt gebruikt als gezamenlijke (handels)naam van de verhuurders. Maar de boodschap is duidelijk, [appellant 1] zegt hier mede namens [appellante 2] te spreken. [appellante 2] heeft zelf nooit met TenneT en [geintimeerde 2] gecommuniceerd. Dat heeft zij altijd aan [appellant 1] overgelaten. Op de bevestigingsbrief van 12 augustus 2013, die naar [appellanten] zelf onder MvG 3.49 stellen ook aan [appellante 2] is verstuurd (en, naar het hof uit genoemde alinea in de mvg begrijpt, haar ook daadwerkelijk heeft bereikt) heeft zij op geen enkele wijze gereageerd. Evenmin heeft zij gereageerd op de aan haar in kopie toegestuurde brief van 16 september 2013. Als zij het met verlenging van de huurovereenkomst en de in die brieven genoemde voorwaarde(n) niet eens was geweest, had het op haar weg gelegen te reageren.